Normaal gaan de dames voor, deze keer zal ik beginnen met de heren.
Vooraf bleek dat we alle nummers voor deze ploeg goed bezet kregen. Op de loopnummers, met uitzondering van de 400 horden en de estafette, mochten er twee deelnemers per ploeg meedoen en telde alleen de snelste. Dat hield in dat op die nummers meestal ruim twintig deelnemers waren, op de technische nummers, waar maar een deelnemer mocht meedoen, waren dit er meestal rond de vijftien. Ik zal niet alle prestaties opnoemen met cijfers, die zijn terug te vinden bij de competitie-uitslagen als ook op de site van Achilles-Top. Wel zal ik uiteraard de prestaties nader belichten.
Alain Gossens liep op de 100m naar een vierde plaats en liep iets minder soepel. Hij voelde zich niet zo goed na deze honderd en moest kort daarop de 400. Deze liep hij toen echter zo snel dat hij niet alleen een p.r. liep maar ook nog eens eerste werd. Prima.
Op de 200 was Bart Boshuizen weer een vaste waarde en werd hij goed vijfde op deze afstand. Op de 400 liep naast Alain ook nog Ashwin Werst mee. Deze leeftijdgenoot van Bart traint door omstandigheden te onregelmatig en te weinig, is nog niet zo lang met atletiek bezig maar verraste toch door in totaal op deze afstand vijfde te worden, uiteraard ook in een prima p.r. Als hij beter gaat trainen is er dus nog veel meer mogelijk.
Nu was er geen 800 maar een 1500. Bram van Buggenum, een tijd al geen wedstrijden gelopen, werd hier derde. Matthijs Lipperts, die liever de 800 loopt, werd hier achtste. Op de 400 horden liep Wesley van de Ven, nadat hij met hoog (tiende) lichtelijk geblesseerd raakte aan zijn voet, toch nog een degelijke tijd op die afstand en werd daarmee zevende. Daniel Bellefroid werd derde met polshoog en eindigde op de 200 vlak achter Bart. Roel van Rie werd, na lang niet meer gesprongen te hebben, negende met ver. De afstand tot en met de nummer vijf op dit nummer was echter erg klein. Als hij op dit nummer weer meer kan oefenen springt hij ook gegarandeerd verder.
Bij kogel was Jarno Bolk zowel met kogel als discus achtste. Zijn broer Sander was op kogel dertiende. Er zit een leeftijdsgenoot net voor Jarno, de rest is een stuk ouder, dus sterker en meer getraind, en dus in het voordeel op deze onderdelen.
Dit alles resulteerde in een prima tweede plaats in de eindrangschikking achter Maastricht. We hebben de derde wedstrijd de beschikking over Joeri Moerman, zodat we zowel op de 200, de 400 als ook de zweedse estafette, veel punten kunnen winnen. Niets ten nadele van diegenen die vandaag die 2 en 4 gelopen hebben, maar Joeri is nu eenmaal nationale top en ook internationaal al goed bezig, zodat dit veel extra’s kan opleveren. Bovendien is dan ook geen polshoog, waar Daniel wel goed sprong maar Maastricht ongeveer 300 punten meer haalde. Er is dus een goede kans, als alles naar wens verloopt, dat ze de volgende keer eerste worden. ( ook al is de voorsprong van Maastricht nog erg ruim). In vergelijking tot de eerste wedstrijd, waar we vierde werden achter de Keien en Scopias, hebben de heren zich dus prima verbeterd. Voor de derde wedstrijd geldt tevens dat we nog eens extra punten kunnen halen als bijvoorbeeld Matthijs geen 5000 meer hoeft te lopen vlak na de 800 en dit bijvoorbeeld Bram zou kunnen doen.
Bij de dames hebben we op dit moment nog te weinig in de breedte, d.w.z. dat we, als er iemand uitvalt, problemen hebben met de volledige invulling van de ploeg. Zo was nu de bedoeling dat Leonie Balter zou meedoen op de 3000 en eventueel de 800, maar zij is jammer genoeg nog geblesseerd. Daarnaast kon Kirsty Jacobi, die de eerste wedstrijd dit nummer goed afsloot, ook niet meedoen omdat ze in Engeland zit. Zo zijn er in de loop van de laatste week nog een aantal wijzigingen doorgevoerd. Daarbij maakte ondergetekende nog de fout dat hij aan Marcella Hamers nog had moeten doorgeven dat zij verspringen er bij moest doen. Aangezien Marcella pas later kwam doordat we dicht bij de competitieplaats zaten, hebben we hier dus geen punten op gehaald. Ondanks dat deden de dames het goed, ze werden zevende en zouden met verspringen er bij vierde geworden zijn. Overigens zijn er vanaf plaats zes in de eindrangschikking meer ploegen die een of meerdere onderdelen missen.
Nu de individuele prestaties. Sheila Janssen deed het goed met een vierde plaats op de 100 en werd zelfs tweede op de 400m. Pam Huntjens liep voor het eerst de 200 en werd daar tiende. Marcella Hamers verbeterde op die afstand ook haar tijd t.o.v. de vorige keer. Zij had met ver altijd rond de vier meter gesprongen, waardoor we hoger in het eindklassement gekomen zouden zijn. Maika Bryant verbeterde zich op de 800 en werd zevende op die afstand. Ook met hink-stap-sprong werd ze zevende. Met kogel en discus deed Savannah Bellefroid het goed door resp. zevende en zesde te worden op die nummers. Ook voor haar geldt, net als bij Jarno, dat ze nog een stuk verder kan komen als ze weer wat langer bezig is op die onderdelen. Anne Moerman deed voor de eerste keer mee op twee onderdelen die ze al jaren niet gedaan had. Met hoog werd ze negende en met speer elfde. Uiteraard kan ook zij zich met meer gerichte training verbeteren. Op dit laatste nummer, speerwerpen dus, zou normaal Anke meegedaan hebben, maar gezien het feit dat
dan een aantal mensen op vakantie kunnen zijn, was zij verhinderd. Willeke a Campo heb ik bewust tot het laatste bewaard, aangezien zij op mij en uiteraard ook de anderen een hele goede indruk heeft achtergelaten. We hadden haar gezet op de 400 horden, het zwaarste onderdeel. Ze werd hier zesde en liep maar iets langzamer dan de 400 vlak de vorige keer, en dat terwijl ze nog voor elke horde afremde voordat ze er over heen sprong. Omdat dit het zwaarste nummer was, konden we haar niet opzetten voor de 3000. Echter, na de horden gaf ze aan dat ze toch nog die afstand zou willen lopen. Dit kreeg ze gelukkig bij de jury geregeld en liep vervolgens dit onderdeel, dat ze nog nooit op de baan gelopen had, zo snel dat ze nog vierde werd op die afstand. Prima gedaan. De afsluitende estafette, die kort na de 3000 was, zou dus nog een extra belasting zijn. Toch liep ze die. Ze was wel te laat met reageren op de tweede loopster, Maika, en stond te lang stil. Daarna liep ze toch nog snel door, wisselde goed op Sheila zodat de ploeg uiteindelijk nog de vijfde tijd liep. Pam was hier startloopster. Ook Maika, die zegt dat ze niet kan sprinten, liep een goede estafette.
Wat vooral opviel deze dag is de hele leuke sfeer onderling en het aanmoedigen van elkaar. Als de sfeer goed is, heeft dat ook een positieve uitwerking op de resultaten. Joop en ondergetekende zijn als ploegleider van deze ploegen dat ook zeer tevreden met hun resultaten. We willen dan ook alle atleten/es bedanken voor hun positieve bijdrage aan deze wedstrijd.
Fvm. |